Een Cursus
In Wonderen

Geautoriseerde Online Editie
Werkboek

LES 43

God is mijn Bron. Los van Hem kan ik niet zien.

1. 1Waarneming is geen eigenschap van God. 2Hem behoort het rijk der kennis. 3Maar Hij heeft de Heilige Geest geschapen als Middelaar tussen waarneming en kennis. 4Zonder deze schakel met God zou waarneming voorgoed de plaats van kennis in jouw denkgeest hebben ingenomen. 5Met deze schakel met God zal waarneming zo veranderd en gezuiverd worden dat ze tot kennis leidt. 6Dit is haar functie zoals de Heilige Geest die ziet. 7Daarom is dit in waarheid haar functie.

2. 1In God kun je niet zien. 2Waarneming heeft geen functie in God en bestaat niet. 3Toch heeft waarneming in de verlossing, het ongedaan maken van wat nooit heeft bestaan, een groots doel. 4Door de Zoon van God gemaakt voor een onheilig doel, moet ze nu het middel worden waarmee hij zich zijn heiligheid weer bewust wordt. 5Waarneming heeft geen betekenis. 6Toch geeft de Heilige Geest er een betekenis aan, heel dicht bij die van God. 7Genezen waarneming wordt het middel waardoor de Zoon van God zijn broeder en zo zichzelf vergeeft.

3. 1Los van God kun je niet zien, omdat je los van God niet kunt bestaan. 2Alles wat je doet, doe je in Hem, want alles wat je denkt, denk je met Zijn Denkgeest. 3Als visie werkelijk is, en ze is werkelijk in de mate waarin ze het doel van de Heilige Geest deelt, dan kun jij los van God niet zien.

4. 1Vandaag worden er drie oefenperioden van vijf minuten gevraagd, een zo vroeg en een zo laat mogelijk op de dag. 2De derde kan worden gedaan op een tijdstip dat gezien de omstandigheden en jouw bereidheid het meest gunstig en geschikt is. 3Herhaal aan het begin van deze oefenperioden het idee voor vandaag met open ogen. 4Kijk dan een korte tijd om je heen, en pas het idee concreet toe op wat je ziet. 5Vier of vijf onderwerpen zijn voor deze fase van de oefenperiode voldoende. 6Je kunt bijvoorbeeld zeggen:

7God is mijn Bron. 8Los van Hem kan ik dit bureau niet zien.
9God is mijn Bron. 10Los van Hem kan ik dat schilderij niet zien.

5. 1Hoewel dit deel van de oefenperiode naar verhouding kort dient te zijn, moet je ervoor zorgen dat je de onderwerpen voor deze fase van de oefening willekeurig kiest, zonder dat jij zelf beslist wat jij er wel en niet bij betrekt. 2Voor de tweede en langere fase doe je je ogen dicht, herhaal je het idee van vandaag nogmaals en laat je vervolgens alle relevante gedachten die bij je opkomen op je eigen persoonlijke wijze bijdragen aan het idee. 3Gedachten zoals:

4Ik zie met ogen van vergeving.
5Ik zie de wereld als gezegend.
6De wereld kan mij mezelf laten zien.
7Ik zie mijn eigen gedachten, die zijn als die van God.

8Elke gedachte die min of meer direct verbonden is met het idee van vandaag is geschikt. 9De gedachten hoeven geen duidelijke relatie tot het idee te hebben, maar ze mogen er niet mee in strijd zijn.

6. 1Als je merkt dat je denkgeest afdwaalt, als je je bewust begint te worden van gedachten die duidelijk niet in overeenstemming zijn met het idee van vandaag, of als je niet in staat lijkt te zijn om aan iets te denken, open dan je ogen, herhaal de eerste fase van de oefening en probeer dan de tweede fase opnieuw. 2Zorg dat er geen langdurige periode optreedt waarin je door irrelevante gedachten in beslag wordt genomen. 3Keer zo vaak als nodig terug naar de eerste fase van de oefening om dit te voorkomen.

7. 1Bij de toepassing van het idee van vandaag in de korte oefenperioden kan de vorm variëren naargelang de omstandigheden en situaties waarin jij jezelf deze dag bevindt. 2Als je bijvoorbeeld met iemand anders samen bent, probeer er dan aan te denken hem in stilte te zeggen:

3God is mijn Bron. 4Los van Hem kan ik jou niet zien.

5Deze vorm is evenzeer toepasselijk op onbekenden als op diegenen van wie jij denkt dat ze dichter bij jou staan. 6Probeer dit soort onderscheid in feite helemaal niet te maken.

8. 1Ook moet het idee van vandaag de hele dag door worden toegepast op allerhande situaties en gebeurtenissen die zich aandienen, vooral op die welke jou op een of andere manier verdriet lijken te doen. 2Pas voor dit doel het idee in deze vorm toe:

3God is mijn Bron. 4Los van Hem kan ik dit niet zien.

9. 1Als zich op het moment geen speciaal onderwerp aan jou voordoet, herhaal het idee dan gewoon in zijn oorspronkelijke vorm. 2Probeer vandaag geen lange tijd ongemerkt te laten verstrijken zonder aan het idee van vandaag en dus aan jouw functie te hebben gedacht.